Executive Summary
ECE 22.06 is de huidige Europese typegoedkeuring voor motorhelmen en vervangt de oudere ECE 22.05 met zwaardere en realistischer testprocedures. Voor rijders betekent dat vooral drie dingen: helmen worden getest op meer impactpunten en op verschillende snelheden, rotatiekrachten krijgen meer aandacht en accessoires zoals vizieren en intercom-voorbereiding vallen strenger onder de goedkeuring. In de praktijk maakt dat het lastiger voor fabrikanten om “net voldoende” te bouwen, en juist makkelijker voor jou om in 2026 een helm te kiezen die beter bestand is tegen uiteenlopende crashscenario’s. Tegelijk blijft een keurmerk slechts één deel van veiligheid: pasvorm, kinband, vizierkwaliteit, ventilatie en geluidsniveau bepalen of je de helm consequent goed draagt en of hij in het echte leven doet wat hij moet doen. In dit artikel leggen we ECE 22.06 begrijpelijk uit, vertalen we het naar koopcriteria en geven we checks voor in de winkel, inclusief veelgemaakte fouten die je eenvoudig voorkomt. Het artikel sluit af met een duidelijke FAQ-sectie waarin veelgestelde vragen kort en overzichtelijk worden beantwoord, zodat rijders direct de belangrijkste inzichten kunnen terugvinden.
Inhoudsopgave
- Wat ECE 22.06 is en waarom het er is
- Wat er veranderd is ten opzichte van ECE 22.05
- De belangrijkste tests uitgelegd in gewone taal
- Wat dit betekent voor verschillende helmtypes
- Koopcriteria die nu zwaarder wegen
- Pasvorm en maat: zo voorkom je de grootste fout
- Vizier, pinlock, ventilatie en geluid binnen 22.06
- Intercom en accessoires: wat “compatibel” nu echt betekent
- Wanneer vervangen: leeftijd, impact en dagelijks gebruik
- Veelgemaakte misverstanden over ECE 22.06
- FAQ
Wat ECE 22.06 is en waarom het er is
ECE 22.06 is de Europese veiligheidsnorm die bepaalt hoe motorhelmen getest en goedgekeurd worden voordat ze als beschermingsmiddel verkocht mogen worden. Het is geen “kwaliteitsscore” zoals sterren, maar een minimale toelatingseis. Het belang zit in het woord minimaal: een helm die goedgekeurd is, haalt een set tests die moeten aantonen dat hij in relevante impactsituaties voldoende bescherming biedt. De reden dat 22.06 is ingevoerd, is dat het verkeer en helmdesign veranderd zijn, en dat de oude testwereld van 22.05 niet meer genoeg aansloot bij hoe ongevallen er in het echt uitzien. Denk aan andere snelheden, andere impacthoeken, meer accessoires en meer variatie in helmvormen.
Voor jou als rijder is het vooral een filter. Het maakt de bodem hoger. De gemiddelde helm die je in 2026 koopt, moet door zwaardere en uitgebreidere proeven heen dan een vergelijkbare helm onder 22.05. Dat betekent niet dat elke 22.06-helm automatisch beter is dan elke 22.05-helm in elk scenario, maar het verschuift de kansen in jouw voordeel, zeker als je in het middensegment of budgetsegment shopt en je minder wilt gokken op marketing.
Het is ook belangrijk om te snappen dat een norm test wat testbaar is, maar niet alles wat belangrijk is. Een keurmerk zegt niets over of een helm jouw hoofdvorm goed omsluit, of de kinband goed blijft zitten bij jouw kaaklijn, of je voldoende zicht hebt zonder dat je je nek overstrekt. Daarom is ECE 22.06 een stevige basis, maar geen eindantwoord. Het echte eindantwoord is een helm die zowel aantoonbaar getest is als in jouw dagelijks rijden comfortabel en stabiel blijft.
Wat er veranderd is ten opzichte van ECE 22.05
Het grootste verschil tussen 22.05 en 22.06 is dat 22.06 breder en strenger test. Onder 22.05 was de testset beperkter in variatie van impactsituaties en punten op de schaal. 22.06 kijkt nadrukkelijker naar meerdere impactlocaties en naar verschillende impactenergieën, waardoor een helm niet meer vooral “geoptimaliseerd” kan worden voor een klein setje testpunten. In de praktijk dwingt dit fabrikanten om over een grotere zone van de schaal consistente bescherming te leveren.
Een tweede verschil is dat rotatiekrachten meer aandacht krijgen. In echte crashes is het zelden een kaarsrechte klap. Je hoofd raakt vaak onder een hoek, en dan spelen rotatieversnellingen mee. De norm heeft daarom testelementen die beter aansluiten bij schuine impacts. Dit is relevant omdat hersenletsel niet alleen met de grootte van een klap te maken heeft, maar ook met hoe je hoofd draait en hoe energie via de helm naar het hoofd wordt doorgegeven.
Een derde verandering is de omgang met accessoires. Helmen worden in de praktijk gebruikt met vizieren, zonnevizieren, kleppen, ventilatieopeningen en steeds vaker met intercomsystemen. 22.06 houdt strenger rekening met zulke onderdelen, zodat een helm niet alleen “naakt” voldoet maar ook in een configuratie die lijkt op hoe jij hem echt rijdt. Dat is vooral belangrijk bij systeemhelmen en adventure-achtige modellen met klep, omdat die onderdelen bij impactgedrag kunnen meespelen.
Ook de consistentie-eisen zijn aangescherpt. Dat betekent dat de norm minder ruimte laat voor exemplaren die toevallig net goed uit de test komen. De gedachte is simpel: als je een helm koopt, wil je niet afhankelijk zijn van geluk in productievariatie. De norm probeert dat te beperken door zwaardere en bredere toetsing.
De belangrijkste tests uitgelegd in gewone taal
Een helmtest onder ECE 22.06 draait om de vraag: hoeveel energie komt er door naar je hoofd, en blijft de helm daarbij heel op een manier die bescherming blijft bieden. Dat gebeurt met impacttests op verschillende plaatsen van de schaal, zodat niet alleen de “sterke plekken” presteren maar ook zones die bij echte crashes vaak geraakt worden. Voor jou betekent dat dat helmen beter moeten presteren als de impact net anders valt dan ideaal.
Daarnaast speelt schuine impact een rol, omdat veel crashes glijdend of onder hoek zijn. De helm kan dan niet alleen een klap krijgen, maar ook een draaiende beweging. 22.06 heeft testcomponenten die dit meenemen. Je hoeft de exacte testopstelling niet te kennen om de consequentie te begrijpen: helmen moeten rekening houden met meer realistische krachten, waardoor designkeuzes rond buitenschaal, EPS-liner en wrijving relevanter worden.
Ook vizier- en sluitingtests zijn relevant. Een helm kan theoretisch een goede schaal hebben, maar als het vizier bij een impact loskomt of als de sluiting faalt, ben je in de praktijk slechter af. Daarom zijn er eisen aan het retentiesysteem, dus hoe de helm op je hoofd blijft, en aan onderdelen die jouw gezicht en zicht beschermen. Dat is één van de redenen waarom het belangrijk is dat je niet alleen naar “keurmerk aanwezig” kijkt, maar ook naar hoe solide de kinband en sluiting voelen en of het viziermechanisme strak en betrouwbaar is.
Een ander punt dat in de praktijk veel uitmaakt, is dat helmen getest worden in meerdere maten. Een helm in maat S is niet automatisch hetzelfde als maat XL met alleen meer voering. Fabrikanten gebruiken soms meerdere schaalmaten en EPS-liners om gewicht en bescherming te balanceren. Een strengere norm maakt het lastiger om één maat perfect te optimaliseren en de rest te laten zweven. Dat is goed nieuws, want het betekent dat je minder risico loopt dat jouw maat “de vreemde maat” is in een serie.
Wat dit betekent voor verschillende helmtypes
Integraalhelmen blijven voor veel rijders de referentie omdat ze constructief eenvoudig zijn en vaak een stevige kinpartij hebben. Onder 22.06 betekent dat vooral dat integraalhelmen breder getest worden en dat je als koper meer focus kunt leggen op pasvorm, ventilatie en geluid, omdat de basisveiligheid strenger gefilterd is dan vroeger. Tegelijk blijft de variatie groot tussen modellen in zichtveld, ruitmechaniek en interne vorm.
Systeemhelmen zijn interessant omdat ze praktisch zijn, maar ze hebben een scharnierpunt en een kinbakmechanisme dat het ontwerp complexer maakt. 22.06 is hier relevant omdat het helmen dwingt om in realistischere configuraties te presteren en omdat sluiting en mechaniek onder loep liggen. Voor jou vertaalt dat zich naar een simpele check: het mechanisme moet solide aanvoelen, zonder speling, en de helm moet gesloten strak blijven zitten zonder dat je kinbak kan bewegen als je hem vastpakt en licht probeert te verdraaien.
Jethelmen en open-face modellen bieden minder bescherming aan de kin en het gezicht, los van keurmerken. 22.06 kan de impactprestaties verbeteren, maar het verandert niet het feit dat er minder materiaal is rond je kaak en kin. Als je vooral stad rijdt op lage snelheid kan het een bewuste keuze zijn, maar het is geen neutrale keuze. De norm helpt je, maar kan fysiek niet toevoegen wat er niet is.
Adventure-helmen met klep en grote opening zijn populair door zicht en comfort. De klep kan windgevoeligheid geven en een extra onderdeel zijn dat bij impact relevant is. Onder 22.06 is het voordeel dat zulke onderdelen strenger in de goedkeuring worden meegenomen. Toch blijft het voor jou belangrijk om te testen hoe de helm zich gedraagt bij zijwind en op snelheid. Een helm kan veilig zijn in tests en toch vermoeiend door buffeting. Vermoeidheid is indirect ook veiligheid, omdat je dan minder scherp rijdt.
Koopcriteria die nu zwaarder wegen
Omdat ECE 22.06 de minimale veiligheidslat hoger legt, verschuift jouw aankoopbeslissing naar andere zaken die in de praktijk minstens zo bepalend zijn. Pasvorm is nummer één. Een helm die niet goed past, beschermt slechter omdat hij kan draaien, omhoog kan komen of bij impact op een suboptimale plek kan raken. Bovendien ga je hem minder graag dragen, of je gaat hem losser zetten, en dan verdwijnt het hele voordeel van een norm.
Daarna komt stabiliteit op snelheid. Een helm moet rustig blijven in turbulentie. Als hij lift, trekt of bij elke schouderbeweging verdraait, ga je compenseren met nekspieren. Dat maakt je snel moe. Bij lange ritten is dat een directe factor in concentratie, en concentratie bepaalt hoe goed je gevaar ziet. Een helm die stil en stabiel is, is vaak veiliger in de praktijk dan een helm die op papier goedgekeurd is maar jou elke kilometer irriteert.
Zichtveld en optische kwaliteit van het vizier zijn ook belangrijker dan veel mensen denken. In de regen wil je een vizier dat niet snel beslaat en dat bij schemer geen vervorming geeft. In 2026 rijden veel mensen jaarrond, dus je wil een oplossing die je ook in vochtige, koude omstandigheden vertrouwen geeft. De norm zegt iets over veiligheid, maar jouw zicht bepaalt of je veilig kunt handelen.
Sluiting en kinband verdienen een bewuste keuze. Een sluiting moet bij jou passen zodat je hem altijd correct gebruikt. Als je sluiting omslachtig voelt, is de kans groter dat je hem slordig vastzet of te los. Dat is een klassiek menselijk patroon. Kies daarom een systeem dat je automatisch goed doet, niet een systeem dat je elke keer opnieuw moet “willen”.
Pasvorm en maat: zo voorkom je de grootste fout
De meest gemaakte fout bij helmkopen is kiezen op maatlabel in plaats van op hoofdvorm. Twee helmen in maat M kunnen totaal anders aanvoelen omdat de interne vorm anders is, bijvoorbeeld meer rond of meer ovaal. Het gevolg is dat je een helm koopt die op de wangen strak zit maar bovenop ruimte laat, of andersom. In beide gevallen kan de helm bij impact bewegen en bovendien ga je drukpunten voelen.
Een goede pasvorm voelt rondom gelijkmatig stevig, zonder pijnlijke hotspots. Je wangen mogen best contact maken, zeker bij een nieuwe helm, omdat de binnenvoering vaak nog iets inzakt. De helm mag niet makkelijk draaien als je hem vastpakt en je hoofd probeert te draaien. Tegelijk mag hij je niet zo knellen dat je na tien minuten al hoofdpijn voelt. Hoofdpijn in de winkel wordt hoofdpijn op de weg, en dan ga je automatisch de kinband losser zetten, of je gaat de helm vermijden.
Een praktische check is om de helm op te zetten, de kinband goed vast te maken en vervolgens met je handen aan de achterkant en zijkant te voelen of je de helm over je voorhoofd omhoog kunt trekken. Als dat makkelijk gaat, is de helm te groot of past de vorm niet. Ook kun je het vizier open zetten en je hoofd rustig schudden. Een helm die bij kleine bewegingen al “meekomt” is niet stabiel genoeg. Dit soort checks zijn belangrijker dan ooit, omdat 22.06 je basisveiligheid wel verhoogt, maar pasvorm bepaalt hoe die veiligheid op jouw hoofd landt.
Een laatste punt is dat je je rijhouding mee moet nemen. Als jij op een naked bike zit met veel wind, heb je andere stabiliteitseisen dan iemand achter een grote ruit. Een helm kan in een rustige winkel perfect voelen en op jouw motor ineens trekken. Daarom is het verstandig om bij twijfel een helm te kiezen die bekend staat om stabiliteit en om in de winkel bewust te bewegen alsof je in rijhouding zit, met je hoofd iets naar voren en je ogen naar boven gericht, zoals je op de weg ook kijkt.
Vizier, pinlock, ventilatie en geluid binnen 22.06
Het vizier is je voorruit. In regen en kou is beslaan een van de grootste frustraties, en frustratie maakt je minder scherp. Een goede anticondens-oplossing is daarom praktisch veiligheid. Het gaat niet alleen om “heeft de helm het”, maar ook om hoe goed het afdicht en hoe makkelijk je het vizier in verschillende standen kunt zetten zodat er net genoeg lucht binnenkomt zonder dat het regent op je neus.
Ventilatie is een balans. Te weinig ventilatie geeft beslaan en een benauwd gevoel, te veel kan lawaai en tocht geven. Geluid is een onderschat veiligheidsaspect. Als een helm extreem luid is, raak je sneller vermoeid en ga je minder lang geconcentreerd rijden. Bovendien kan luid windgeruis je gehoor belasten, zeker bij veel snelwegkilometers. ECE 22.06 zegt niets over geluidsniveau. Daarom moet je dit zelf serieus nemen, vooral als je vaak langer dan een uur rijdt.
Het interne zonnevizier is voor veel rijders een comfortfunctie die in de praktijk veiligheid wordt, omdat je sneller kunt reageren op wisselend licht zonder te prutsen met een extra bril. Let wel op optische kwaliteit en op de bediening met handschoenen. Een systeem dat je niet intuĂŻtief bedient, gebruik je minder, en dan ben je alsnog afhankelijk van improvisatie bij laagstaande zon of tunnels.
Intercom en accessoires: wat “compatibel” nu echt betekent
In 2026 rijden veel mensen met intercom, al is het maar voor navigatie-aanwijzingen. Onder 22.06 is het relevant dat accessoires strenger onder de goedkeuring vallen, vooral als ze geïntegreerd of voorbereid zijn. Voor jou als koper betekent “intercom-ready” niet automatisch dat elke unit veilig of logisch past. Het gaat om de ruimte in de schaal, de kabelrouting, de positie van speakers en vooral om de plaats van de unit aan de buitenkant. Een unit die precies op een plek zit waar jouw schouder vaak langs komt, of die de aerodynamica verstoort, kan lawaai en trekkracht veroorzaken. Dat is vermoeiend en kan de helm minder stabiel maken.
Een andere praktische factor is druk op je oren. Speakers die net verkeerd zitten geven na twintig minuten pijn of irritatie. Dat leidt tot gefriemel tijdens het rijden, en dat is precies wat je niet wil. Een helm die voldoende speaker-uitsparing heeft en een logische plaats voor microfoon en kabels, maakt intercomgebruik veilig en comfortabel. Als jij veel rijdt, weegt dit zwaar mee, want comfort bepaalt consistent gebruik, en consistent gebruik bepaalt jouw veiligheid in dagelijkse ritten.
Wanneer vervangen: leeftijd, impact en dagelijks gebruik
Een helm is niet voor het leven. Materialen verouderen door UV, zweet, temperatuurwisselingen en mechanische belasting. Ook als je niet crasht, slijt een helm. De voering zakt in, waardoor de pasvorm losser wordt. Een helm die eerst perfect zat, kan na jaren net genoeg speling hebben om bij een impact meer te bewegen. Dat is een belangrijk moment om eerlijk te zijn: als de helm niet meer stevig en stabiel zit, is hij functioneel minder waard, ook al ziet hij er nog netjes uit.
Na een impact is vervangen vaak de veilige keuze, zelfs als je geen zichtbare schade ziet. De energieabsorberende laag kan intern beschadigd zijn. Veel rijders onderschatten dit omdat de buitenschaal heel blijft, maar bescherming zit vooral in wat je niet ziet. Als je een helm laat vallen van hoogte op een harde ondergrond, hangt de ernst af van hoogte, ondergrond en hoek, maar het is verstandig om voorzichtig te zijn. Bij twijfel kies je liever voor zekerheid, omdat je helm letterlijk je brein beschermt.
Dagelijks gebruik, vooral woon-werk in weer en wind, vraagt ook meer van sluiting en viziermechanisme. Als het vizier losser gaat zitten, als de rubbers verslijten of als de sluiting minder strak wordt, kan dat je veiligheid beïnvloeden. Dit zijn geen “kleine irritaties” maar signalen dat de helm zijn beste fase voorbij kan zijn.
Veelgemaakte misverstanden over ECE 22.06
Een veelvoorkomend misverstand is dat een 22.06-keurmerk betekent dat een helm altijd beter is dan elke 22.05-helm. De norm is strenger, maar er bestaan kwalitatief uitstekende 22.05-helmen die in de praktijk zeer veilig kunnen zijn, zeker als ze perfect passen en technisch in goede staat zijn. De juiste manier om ernaar te kijken is dat 22.06 je kans op een sterk getest ontwerp vergroot, maar dat pasvorm en gebruik de doorslag geven.
Een tweede misverstand is dat je nu niet meer hoeft te letten op pasvorm omdat “de norm alles test”. De norm test de helm, niet jouw combinatie van helm en hoofd. Een helm die draait of omhoog kan komen, kan bij impact precies verkeerd landen. Daarom blijft pasvorm de belangrijkste veiligheidsfactor die jij zelf in de hand hebt.
Ook denken sommige rijders dat accessoires automatisch veilig zijn als een helm “compatibel” is. Compatibel betekent vaak alleen dat het past, niet dat het optimaal zit voor jouw hoofd, jouw oren en jouw motor. De beste keuze is een helm die accessoires logisch integreert zonder drukpunten en zonder aerodynamische onrust.
Tot slot is er het idee dat duur altijd beter is. Prijs zegt iets over materialen, afwerking en comfort, maar niet automatisch over hoe de helm op jouw hoofd zit. Een middenklasse 22.06-helm die perfect past en die je graag draagt, is in de praktijk vaak een betere keuze dan een topmodel dat net niet klopt en dat je daardoor losser draagt of minder vaak opzet.
FAQ
Is ECE 22.06 verplicht in 2026?
Voor nieuwe helmen die op de markt komen geldt dat ze aan de actuele typegoedkeuring moeten voldoen. In de praktijk betekent dit dat je bij nieuwe aankoop steeds vaker 22.06 ziet.
Kan ik nog veilig rijden met een ECE 22.05-helm?
Dat kan, mits de helm goed past, niet beschadigd is en nog strak en stabiel zit. 22.06 legt de lat hoger, maar pasvorm en staat blijven bepalend.
Hoe herken ik of een helm ECE 22.06 is goedgekeurd?
Dat staat op het keuringslabel in of aan de helm, meestal bij de kinband of in de voering, waar het typegoedkeuringsnummer vermeld is.
Betekent 22.06 dat rotatiekrachten nu altijd goed zijn opgelost?
De norm neemt schuine impacts strenger mee, maar het blijft belangrijk dat een helm goed past en stabiel blijft, omdat beweging op het hoofd rotatiekrachten kan vergroten.
Is een systeemhelm onder 22.06 net zo veilig als een integraalhelm?
Een goedgekeurde systeemhelm voldoet aan de norm, maar de complexiteit van het mechanisme maakt pasvorm en sluiting extra belangrijk. Controleer of de kinbak solide sluit en geen speling heeft.
Maakt materiaal van de buitenschaal uit voor veiligheid?
Het kan invloed hebben op gewicht, stijfheid en hoe energie verdeeld wordt, maar de totale constructie en pasvorm bepalen samen de werkelijke bescherming.
Wat is de belangrijkste koopcheck in de winkel?
Zet de helm op met de kinband goed vast en controleer of hij niet kan draaien of omhoog kan komen, terwijl hij wel gelijkmatig strak zit zonder pijnpunten.
Wanneer moet ik mijn helm vervangen als ik nooit crash?
Als de pasvorm merkbaar losser is geworden, als de sluiting of het viziermechanisme versleten is, of als de helm duidelijk verouderd is door intensief gebruik.
Is een ingebouwd zonnevizier een veiligheidsvoordeel?
Het kan praktisch veiliger zijn omdat je snel kunt schakelen bij wisselend licht, zolang het vizier optisch goed is en de bediening met handschoenen soepel gaat.
Zijn intercoms altijd veilig met een 22.06-helm?
Alleen als de helm ontworpen is voor die montage en de unit geen drukpunten of aerodynamische onrust veroorzaakt. Test altijd of de speakers en de unitpositie voor jou comfortabel en stabiel zijn.